Wat is uitkeringsfraude?

Heeft u uitkeringsfraude gepleegd? Dan moet u de uitkering terugbetalen. De gemeente kan u ook nog een boete geven. De hoogte van de boete hangt af van:

  • hoe erg de fraude is
  • of u bewust geen of foute informatie heeft doorgegeven
  • uw persoonlijke omstandigheden

U pleegt uitkeringsfraude wanneer u veranderingen die belangrijk zijn voor het recht of de hoogte van uw bijstandsuitkering niet (op tijd) aan de gemeente doorgeeft. Voorbeelden van uitkeringsfraude zijn:

  • U geeft niet door dat uw gezinssamenstelling verandert is, u bent bijvoorbeeld getrouwd, gescheiden, of u doet alsof u gescheiden bent (schijnverlating).
  • U geeft niet door dat uw inkomen veranderd is, u heeft bijvoorbeeld een baan gevonden en ontvangt loon.
  • U geeft niet door dat uw vermogen veranderd is, u heeft bijvoorbeeld een nieuwe auto gekocht, een bankrekening geopend of een geldbedrag geërfd.
  • U geeft niet door dat u in de gevangenis zit.
  • U geeft een vals adres op, bijvoorbeeld een adres waar u niet woont.

Denkt u dat iemand fraudeert? Meld dit dan zo snel mogelijk bij de gemeente.

Als er twijfel is over het recht op de uitkering, start de gemeente een fraudeonderzoek. De gemeente controleert actief of iemand recht heeft op een uitkering. Blijkt uit het onderzoek dat u fraudeert? Dan moet u al het geld dat u teveel heeft gehad, terugbetalen. Daarnaast krijgt u een boete die even hoog is als het bedrag dat u terug moet betalen. Fraudeert u binnen 5 jaar opnieuw? Dan wordt de boete nog hoger.

Een fraudeonderzoek werkt zo:

  1. De gemeente verzamelt informatie en nodigt u uit voor een gesprek.
  2. De gemeente komt op huisbezoek.
  3. De gemeente start een onderzoek. Tijdens dit onderzoek kijkt de gemeente onder andere op uw adres of de informatie klopt.

Denkt de gemeente dat u al lange tijd fraudeert? En meer dan een bepaald bedrag (€ 50.000) teveel heeft gekregen? Dan doet de sociale recherche een strafrechtelijk onderzoek.